Blog: Sport Science

BLOG Facebook nieuwslogoBLOG 1

De Jongetjes van Oranje

Voetbal is de grootste sport van Nederland, zowel in het beoefenen als het aanschouwen. Hordes mensen kijken elk weekend vol passie naar 22 mannen of vrouwen, rennend over een grasveld met een bal als middelpunt. Daarnaast telt de KNVB, de Nederlandse voetbalbond, meer dan 1.2 miljoen leden, waarvan het grootste deel actief is op de velden. Daar zitten de Nederlandse straatvoetballertjes dus nog niet eens bij. Voetbal is booming. Er gaat ontzettend veel geld in om en wereldwijd is het de best bekeken sport op televisie. Er zijn talkshows, live-uitzendingen, analyses, nabeschouwingen, documentaires, voetbalkranten… Voetbal is topsport en voetballers zijn atleten. “Toch? Niet? Huh? Waarom dan niet?”

Onwetendheid

De Nederlandse voetbalschool gaat over voetbal. Logisch, hoor ik u denken, maar met alleen voetbal komen we er niet meer. Europees gezien stellen we op clubniveau weinig meer voor en als we geen topbondscoach hebben, zoals Louis van Gaal in het recente verleden, zien we dat onze ‘nationale elf’ ook verdwalen. Landen om ons heen hebben de Nederlandse school allang omarmd, maar hebben daarnaast op atletisch vlak een gigantische voorsprong. Met als resultaat een gapend gat tussen ons en andere landen. De Duitsers, bijvoorbeeld, hebben hun kracht en atletisch vermogen gekoppeld aan onze technische vaardigheden. Duitsland heeft in 2000 na een periode van dramatische nationale resultaten het probleem bij de wortels aangepakt: door een fluwelen revolutie is een omslag gemaakt in de manier waarop het Duits talent opgeleid moet worden, met het wereldkampioenschap in 2014 als ultieme beloning.

Binnen de KNVB en het Nederlandse clubvoetbal is er geen beleid op het ontwikkelen van atletisch vermogen. Het beleid wat hierop gericht is, of op gericht zou moeten zijn, staat bij veel clubs in de kinderschoenen. Uiteraard zijn er een aantal uitzonderingen op te noemen: PSV werkt al jaren met specialisten en Ajax heeft op de Toekomst flink geïnvesteerd in het ontwikkelen van atletisch vermogen. Hoe komt het toch dat dit maar weinig aandacht krijgt? Dat heeft met meerdere factoren te maken. Rond het trainen van atletisch vermogen in het voetbal bestaan veel mythes. Dit komt mede doordat er veel onkunde en onwetendheid is in trainersland. Ook fysiotherapeuten weten er vaak heel weinig vanaf.

De Mythes rond krachttraining 

Binnen het trainen van atletisch vermogen neemt krachttraining, (naast andere onderdelen) een belangrijke plaats in. Als we het woord ‘krachttraining’ laten vallen bij het voetballend verstand van Nederland, dan schiet iedereen boven de 35 jaar waarschijnlijk in een stuip, want: “daar wordt je langzaam van, je krijgt kortere spieren, je verliest je lenigheid en je gaat er niet beter door voetballen.” Stuk voor stuk mythes die gebaseerd zijn op een uitgekleed en eenzijdig beeld van krachttraining. Dit beeld is mede ontstaan door een andere sport: bodybuilding. In die sport draait alles om het uiterlijk, het esthetische aspect, en veel minder om het presteren van het lichaam. Ik zeg wel eens gekscherend: “het draait om de spiegelspieren.” Daar heb je dus wat aan voor de spiegel, je kunt veel kracht genereren, maar in sporten waar meer wendbaarheid gevraagd wordt, heb je daar niets aan. Bodybuilden is een echte sport, alle respect daarvoor. Maar bodybuilders zijn niet de beste sprinters en gooien er ook niet zomaar een dubbele schaar of andere schijnbeweging uit. Kortom: aan bodybuilden heb je op een voetbalveld niets.

Conservatieve wereld

Voetbal is een zeer conservatieve wereld. Trainers, zowel in het amateur- als profvoetbal, bekennen vaak trainingen te geven met daarin veel elementen die zij van een ander afgekeken hebben. Daar is op zich niets mis mee, maar als je niet weet wat je aan het trainen bent, waar ben je dan mee bezig? Daarnaast zijn voetbaltrainers vaak ongeschoold als het gaat om trainingsleer, inspanningsfysiologie en het trainen van atletisch vermogen. Voetbaltrainers willen het liefst gewoon met de tactiek en de opstelling bezig zijn. Wat ik op zich begrijp. Dit wordt ook gestimuleerd vanuit de KNVB, waar betrekkelijk weinig aandacht is voor deze aspecten. Zorg dus dat je de kennis in huis haalt die je zelf niet hebt! Wat je bij veel clubs ziet gebeuren, is dat er mensen buiten de technische staf aangesteld worden om dit atletisch vermogen toch te integreren. Meestal wordt hiervoor de fysiotherapeut van stal gehaald. Een fysiotherapeut is opgeleid om mensen met problemen aan hun bewegingsapparaat te helpen, niet om fitte jongens gecontroleerd tot het gaatje te laten gaan om ze fysiek en mentaal sterker te laten worden. Dat is een vak apart. In de opleiding fysiotherapie in Rotterdam zit om precies te zijn drie weken inspanningsfysiologie in een opleiding van vier jaar. Ze zijn specialist in het bewegingsapparaat. Met andere woorden: ze weten hoe het in elkaar zit, maar weten niet wat er nodig is om optimaal te presteren op een voetbalveld of in een andere sport. Een fysiotherapeut is geen trainer! Een fysiotherapeut kan wel een trainer worden!

Periodiseren

Dan is er nog de geest van Verheijen. Iemand die respect verdiend voor wat hij doet, maar soms doorslaat in wat hij zegt. Hij is één van de mensen die zijn nek heeft uitgestoken om trainersland binnen het voetbal te onderwijzen in trainingsleer en inspanningsfysiologie. Hij heeft een methode waarin periodisering een belangrijke rol speelt. Iedereen denkt dat hij periodisatie bedacht heeft, maar dit wordt al tientallen jaren gebruikt in individuele sporten. Verheijen predikt ‘less is more’. Kortom, je moet niet te hard trainen op een voetbalveld. Dit om je spelers fris te houden en spierblessures te voorkomen. Daar heeft hij een punt, zijn methode wordt door veel trainers gehanteerd, maar niet goed beheerst. Het gevolg is nu vaak dat wanneer er spierblessures binnen een team zijn, de conclusie wordt getrokken dat je te hard traint. Een trainer gaat nog minder trainen en het team wordt nog minder belastbaar. De wedstrijd blijft op hetzelfde niveau met overbelasting en nog meer blessures als gevolg. Het systeem schiet zichzelf dus in de voet als je het uit laat voeren door onbekwame mensen. De geest van Verheijen waait rond en bij elke spierblessure wordt kritiek via sociale media de wereld in geslingerd. Blessures kunnen veel meer oorzaken hebben dan te hard trainen, Voorbeelden: aanhoudende stress door relatieproblemen, extreme druk van pers, fans of trainers of een slechte energiebalans. Maar die nuances passen niet in het populistische ‘oneliner gedrag’ van Verheijen en de maatschappij vandaag de dag.

Als Nederland zo doorgaat, zullen we steeds verder wegzakken op de Europese ranglijst. De landskampioen zal voorrondes moeten gaan spelen voor de Champions League en internationaal zullen we steeds minder vaak een rol van betekenis spelen. Zowel de KNVB als het Nederlandse clubvoetbal moet uit zijn ivoren torens komen en beleid gaan maken om niet nog verder af te zakken. Er zijn altijd uitzonderingen zoals PSV dit jaar dat met zijn overwintering weer hoop geeft.  Van hopen is nog nooit iemand beter gaan voetballen maar hoop doet leven!

Willem van Rij

Kracht trainer S.B.V. Excelsior
Kern docent Hogeschool Rotterdam
Fysiotherapie
Master Sportfysiotherapie
Inspanningsfysiologie, Strength & Conditioning

Leave a reply

Fields marked with * are required